Advaitaweb

 
 

Een paar teksten

advaitaweb - Alexander Smit -

Stel … dat je een olifant langs ziet komen.
Je hebt geleerd dat zo'n dier met een slurf en vier dikke poten een olifant heet.
Dat wat je in wezen niet kent nog begrijpt, benoem je tot olifant.
Tot zover geen problemen. De benoeming is een afspraak.
Wat de olifant werkelijk is, blijft evenwel een raadsel.

Alexander Smit

De eenvoud van de natuurlijke staat

De natuurlijke staat is van een eenvoud die nooit door het denken of voelen gevangen kan worden. De natuurlijke staat vangen of begrijpen, zou op z' n minst tweevoud inhouden, namelijk een die ervaart en een die beschrijft: ervaren en beschrijven, het zien en het geziene, het horen en het gehoorde. Zo wordt het een uit-een- zetting. De natuurlijke staat kan echter nooit uit-een-gezet worden.

De mens die de inhoud van zijn bewustzijn wil veranderen, zijn persoonlijkheid wil vormen, of zijn ego wil verliezen, probeert het onmogelijke. Het ene deel wil het andere deel veranderen, omvormen, verminken, polijsten - waarlijk een troosteloze onderneming, een woestijn zonder schaduw.

Dit heet Het Zoeken, een weinig begeerlijke toestand. Men zegt dat wanneer menniet op zoek is, men niet waarlijk leeft. Dat is onzin. Zoeken is een doel projecteren op jezelf, de horizo proberen aan te raken, ofwel jezelf in een onmogelijke situatie manoeuvreren, een situatie van zelf geschapen doelen en uitkomsten.

De uitkomst zal hetzelfde zijn als het geprojecteerde doel. Een hoogstandje van het denken. Aan het einde van de zoektocht, zo al aanwezig, ligt de uitkomst van je eigen denken, de uitkomst van je eigen projecties en melancholische fantasieën, je regressieve infantiele behoefte aan geborgenheid en ruimtelijkheid.

Door je niet te stuiten behoefte je te vereenzelvigen met een visie in plaats van met het bestaan, heb je jezelf klein gemaakt. Het bestaan heeft plaats genoeg voor elke visie, want een visie is een fragment van leven, één manier van zien, één manier om naar God te kijken.

Maar een visie heeft geen plaats voor het bestaan. Een visie vernauwt, vertraagt, is altijd te laat, is altijd na-denken. Een visie is altijd een tunnel, een totaalvisie is een hele grote tunnel, maar het blijft een tunnel. Onze ogen zijn hele grote tunnels waardoorheen wij een wereld zien. Het geziene kan niets zien, het denken verdeelt het zien in visies en zo ontstaan gedachten en meningen. Het bestaan in zijn totaliteit blijft een mysterie. Niet te begrijpen.

Dit wordt duidelijk bij de geboorte van een kind dat uit de moeder komt. De nieuwe ogen die de moeder aanzien, zijn in wezen Bewustzijn dat kijkt naar zichzelf. Daarom is de geboorte, en alles wat eraan voorafgaat, een groot mysterie.

Het denken is veel te klein om dit allemaal te kunnen bevatten. Daarom stroomt het over bij gebeurtenissen als geboorte en dood. De stilte van een geboorte en de stilte van een sterven, kennen haar weerga niet op deze wereld. Want wat hier plaatsvindt, is het wisselen van naam en vorm. Bij de geboorte en bij het sterven is dat wellicht hert duidelijkste.

Alexander Smit, december 1982


Dieper dan de diepste oceaan

De kennis die ik heb werd me gegeven door mijn leermeester Sri Nisargadatta Maharaj. Dit is de kennis die mij gegeven is en die ik ben.
Wat ik gedaan heb vanaf 1978 is deze kennis doorgeven aan diegenen die waarachtig op zoek zijn naar "kennis".
Ik heb me niet bezig gehouden met naam maken, grote aantallen boeken publiceren en mezelf propageren.
In feite ben ik volmaakt onbelangrijk en slechts een schakel in de traditie. Mijn zorg is dat de "Kennis"waarachtig en in al zijn volheid en glorie wordt doorgegeven.

Ik kom uit een grote traditie, een spirituele familie, ik zal nooit iets anders doen dan wat ik nu doe: het doorgeven van Kennis. Het stemt me droevig te zien hoe deze Kennis verloren gaat en in kracht afneemt door commerciële doeleinden, persoonlijke belangen en oppervlakkigheden.
Deze kennis is dieper dan de diepste oceaan, fragieler dan de vleugels van een vlinder en subtieler dan het fijnste parfum. Wat ik jullie zeg,kan niet herhaald worden. Er is een gezegde in India: "muziek, koken en een turban zijn nooit twee keer hetzelfde."

Ik beschouw mijn gesprekken als muziek, de volgende keer kan het misschien beter, misschien slechter zijn, maar nooit het zelfde. Het kan nooit op dezelfde manier gezegd of herhaald worden. Dát het op zoveel verschillende manieren steeds weer herhaald kan worden, is een waar wonder en houdt me niet alleen in leven, maar verrijkt mijn leven al eeuwen.

Het manifest maken van deze Kennis
is als een gift van een bloem aan een tuin.
Jullie zijn de tuin.

Alexander Smit, 23 april 1995

Onbeperkte tegenwoordigheid

Hoofd nog hart kan begrijpen wat we wezenlijk zijn.

Waarheid kan nooit binnen een vorm gevonden worden, of het nu een fysieke, intellectuele of emotionele vorm betreft. Noch kan waarheid gevonden worden in ideeën van vormloosheid, omdat die ideeën niets anders zin dan subtiele vormen.
Het lichaam dat eigenlijk een waarneming is, is zonder twijfel een voorbijgaand verschijnsel. Wanneer wij ons lichaam beschouwen of ervaren, bezien we eigenlijk het denkbeeld dat we van ons lichaam hebben. Dat denkbeeld probeert ons te verhalen dat we vijfentwintig, vijftig of vijfenzeventig jaar oud zijn. Het lichaam is echter geen denkbeeld in die zin, het is een momentopname van een waarnemingsfragment dat wij, via de kunstgreep van het geheugen op een tevoren aangebracht beeld plakken.

Over het algemeen heeft onze ervaring betrekking op een klein deel van ons lichaam; de voeten op de grond of jeuk op het hoofd. Of wanneer we ziek zijn, dwingt de aandacht ons naar de waargenomen onaangenaamheden en pijn. Ook al noemen wij die dingen "ik" en "mijn" lichaam, het zijn in feite pijlsnelle waarnemingen van lichte of zwaardere gewaarwordingen.

Met andere woorden, het zijn gewaarwordingen van iets dat verschijnt in het gewaar-zijn. Iets dat verschijnt in het gewaar-zijn is een object of een denkbeeld. Het lichaam wordt waargenomen als een "iets" , hetzij een gevoel, hetzij een beeld of een gedachte. Dit alles wordt geproduceerd door het geheugen. Hetzelfde kan gezegd worden over alle andere zintuigelijke waarnemingen; ook zij zijn een vorm van gedachten, en het verhaal dat we voortbrengen als gevolg van die waarnemingen - wederom via het geheugen - noemen we "de wereld."

Elke gedachte, met inbegrip van de waarnemingsfragmenten die we aan elkaar projecteren en dan "de wereld" noemen -mij(n), een persoon, jij, een boom, of wat dan ook - is beperkt. Hoe nauwgezetter je kijkt, hoe meer beperkingen je zult ontdekken. Een enkele waarneming duurt misschien uiteindelijk een duizendste seconde.

We nemen denkbeelden waar, nooit een wereld.

Voordat een ervaring, die het resultaat is van denkbeelden, kan verschijnen, ben jij er als bewuste aanwezigheid voor de gedachte, tijdens en na de gedachte. Of we nu een gedachte zien als beperkt door tijd of beperkt door tijd en ruimte, in beide gevallen is ze beperkt en kan ze niet het onbeperkte ervaren.
Aan de andere kant kan het onbeperkte zichzelf niet beperken -het kan niet afdalen naar het niveau van een "ding" om het te leren kennen. Voor oneindige ruimte bestaan er geen eindige objecten. Vanuit het gezichtspunt van het onbeperkte (als je dat al een gezichtspunt kunt noemen) bestaan er geen gedachten, bestaat er geen denker, geen wakende toestand en geen droomtoestand.

JIJ -als onbeperkt gewaar zijn - die er bent voor, tijdens en na een gedachte of waarneming en die daaro zonder enige beperking is, - kan nooit, door welke schepping dan ook gebonden zijn, net zomin als ruimte ooit gebonden kan worden door de wind.Een gedachte of denkbeeld, welke misschien een halve seconde duurt, kan nooit het onbeperkte waarnemen. We zijn de onbeperkt tegenwoordigheid en ongeacht hoeveel fragmenten er ook mogen verschijnen en verdwijnen, er is niets, maar dan ook niets wat ook maar een spoor kan nalaten op wat we zijn. Wat onmiddellijk gedaan kan worden, is ons bewust worden of gewaar zijn van de gewoonte om "ïkken" in alle richtingen rond te strooien. Bij die bewustwording ontstaat het gloren van subjectief gewaar zijn. Dan hebben we het niet meer over mijn vrijheid, mijn idee, mijn verlichting, mijn inzicht, mijn methode; dan integreren we alle scheppingen, omdat gezien wordt dat die scheppingen uitdrukkingen zijn van onbeperkt gewaar zijn waaruit diepe ontspanning en vreugde van ZIJN voortvloeit. Bevrijding of verlichting is de totale onvoorwaardelijke niet- toe-eigening van wat dan ook.

Ontstaan in samenwerking met Wolter Keers.